Onze jobstijding kwam toen mijn man ging revalideren. 's Morgens zaten we lekker aan het ontbijt, mijn man was weer helemaal opgeknapt na zijn hartinfarct. Hij zou zelf even met de auto naar het ziekenhuis gaan. Ik bleef thuis, hij kon dat best alleen. Om een uur of elf zette ik een kopje koffie. Ik was net klaar toen de telefoon ging. Het ziekenhuis, een verpleegster zei: "Er is iets gebeurd met uw man." Hij was niet dood, maar ik moest wel snel komen.
Ik ben naar de buren gegaan want die hadden een auto en we zijn snel naar het ziekenhuis gereden. Vreselijk van streek ben ik naar binnen gestormd. Op de gang kwam de dokter mij al tegemoet en ik riep: "Is hij dood?" Toen zei die dokter: "Nee, helemaal niet. Uw man is verschrikkelijk gelukkig, maar u bent erg verdrietig." Ik dacht: "Die man kan me wat." Ik rende er naar toe. Mijn man lag inderdaad intens gelukkig naar boven te staren. Ik vergeet dat gezicht nooit meer. Dat was zo gelukzalig. Hij wist helemaal niet dat ik er was. Hij lag maar naar het plafond te kijken. Hij was hier helemaal niet. Hij zei: "Ik ben daar geweest, 't was er zo schitterend, ik heb zulke prachtige muziek gehoord."
Ik was verstijfd. Ik vond het wel verrukkelijk dat hij dat allemaal gezien had. Ik begreep ook dat wij niet bang hoeven te zijn om dood te gaan, maar ik was op dat moment een beetje egoistisch. Ik dacht immers dat hij doodging. Toen gaf hij me een hand en zaten we samen een beetje te huilen. Ik kreeg een kopje koffie in mijn handen gedrukt. Hij lag in een kamertje waar ze een beetje aan het vegen waren. Niemand kwam naar mij toe, niemand kwam naar mijn man toe. Hij lag daar maar en ik zat daar maar. Om een uur of twaalf zei iemand dat ik naar huis moest gaan, omdat het weer goed was met mijn man. Toen ik door die ziekenhuisgang liep, dacht ik dat ik nog helemaal niet alleen kon zijn. Hij was zo vreselijk gelukkig daar, maar ik moest er niet aan denken dat hij weg zou gaan.
Ik ben alleen in de auto gestapt. Niemand was erbij. Er liepen mensen langs me heen die helemaal niet wisten wat er met mij gebeurd was. Ik weet niet meer hoe ik thuisgekomen ben. Ik woonde in een heel groot huis, in een vreemd dorp, waar we net een jaar woonden en helemaal geen contact hadden. Ik heb mijn schoonzuster opgebeld. Zij kwam 's avonds voor het eten zorgen. Ik kon niks meer, niet meer eten. Mijn man had het er steeds maar over dat hij zich zo verlost voelde, dat het daar zo verrukkelijk was. Dat er zoveel warmte en liefde was. Ik durfde er met hem niet over te praten. Het was eigenlijk zo'n verschrikkelijke ervaring. Maar wel heel mooi, natuurlijk.
Daarna zijn we in Nieuwegein terechtgekomen. Daar was het fantastisch, we werden er goed opgevangen. Daar is het hart van mijn man onderzocht en konden we zien waar het allemaal zat. Die arts heeft mijn man fantastisch gerepareerd. Het was een verschrikkelijke operatie, de mensen daar zijn hem nog niet vergeten. Zo'n zware ritmestoornis.
Maar ik voelde me erg alleen. Geen enkele arts of verpleegster heeft mij ooit geholpen. Thuis kon ik er niet over praten. Toen mijn man na al die ellende weer thuiskwam, durfde ik er nog niet over te praten. Het was zo verschrikkelijk geweest.
Heel langzaam begon mijn man een beetje toenadering te zoeken om erover te praten. Ik durfde het eigenlijk nog niet. Ik dacht dat hij niet eens begreep waar hij terechtgekomen was. Ik heb heel veel geduld met hem gehad, want hij heeft heel veel angsten om mij gehad. Bang dat ik alleen zou blijven. Hij had weinig vertrouwen meer in zijn body. Ik denk dat elke patiënt dat zal hebben als je zoiets hebt meegemaakt. Ik heb hem steeds maar weer zijn angstaanvallen laten vertellen, vooral 's nachts. Op een gegeven moment kom je eindelijk door zulke crisissen heen. In onze woonplaats vonden we absoluut geen gehoor. Mensen lachten erom en vonden het maar raar. Ik heb me er helemaal alleen doorheen geworsteld. De kinderen begrepen het godzijdank wel, zij waren er ook stuk van. Maar je hebt zelf geen idee meer waar je in leeft, waar je in zit. Ik kon ook niet meer eten.
Na de operatie hebben ze zijn hartslag weer opgevoerd. Ik heb afdeling na afdeling in dat ziekenhuis doorgelopen, want ik kon niet meer stilzitten van de angst. Tijdens de tweede ronde, kwam er een zuster op mij af. "Mevrouw W., het is gelukt, het is gelukt!" We vlogen elkaar huilend in de armen. Ze hadden die drie beschadigingen eruit kunnen krijgen.
Toen hij weer thuiskwam, was dat echt een beetje problematisch. Naast me in de auto zat hij ontzettend te genieten van het verkeer, de weiden, de bomen, van het feit dat hij weer een normaal leven kon gaan leiden. Dat jaar had hij bijna een half jaar in ziekenhuizen doorgebracht. Eerst werd hij in een streekziekenhuis aan het lijntje gehouden. Om in een goed ziekenhuis terecht te komen, heb ik hemel en aarde moeten bewegen, want ze bagetalliseerden zijn kwaal verschrikkelijk. Ik heb me naar gevochten en hij is er godzijdank op tijd terechtgekomen.
Dat is mijn verhaal. Ik hoop dat alle hulpverleners er goed notitie van nemen, want het kan iedereen overkomen. Als je dan wordt behandeld als een stoelpoot, want zo is het echt, dan ga je verschrikkelijk door de grond. Dan ben je psychisch kapot. Dat je zo behandeld wordt terwijl men elkaar zo nodig heeft. Bij zoiets verschrikkelijks. Ik hoop dat er een studie of een groei cursus komt om te leren hoe familieleden begeleid kunnen worden.
Mevr. C.C.G.W.